Mooie bieren. Fijne wijnen. Iets sterkers. Of juist 0.0.
Licht en fruitig. Lekker droog en verfrissend.
Zacht en soepel. Een allemansvriend.
Fris en droog. Sappig en levendig, maar niet scherp.
Aromatisch met wat kruidigheid. Droog en licht mineraal.
Vol en zacht. Soepel met een klein romig tintje.
Lichtzoet en fris. Lekker licht en fruitig.
Droog met fijne bubbels.
Vol, zacht en fruitig. Licht kruidige afdronk.
Toegankelijk en soepel. Fruitig, maar vol van smaak.
Stevig met mediterrane kruidigheid. Vol en warm.
Vol en sappig. Rijpe tannines, licht kruidige afdronk.